ISBW Opleiding & Training

Servicemenu

Bedrijven nog geen angst voor War for talent

Werknemer nog niet bewust van sterke positie arbeidsmarkt

Zaltbommel, 27 juni 2011 – Bedrijven hebben nog geen angst voor de ‘War for talent’. Bijna 80 procent van de werkgevers denkt niet dat hun werknemers zullen overstappen naar een ander organisatie. Ruim 60 procent van deze groep verwacht echter wel dat er meer zal worden onderhandeld over salaris en arbeidsvoorwaarden. Dit blijkt uit online onderzoek van ISBW Opleiding en Training, onderdeel van de Schouten & Nelissen Groep. Ruim tweederde van de ondervraagden geeft aan geen extra maatregelen te hebben genomen om werknemers aan de organisatie te binden. Tegelijkertijd is bijna de helft van de werknemer zich niet bewust van zijn sterker wordende positie. Slechts 30 procent geeft aan te willen profiteren van zijn sterkere positie op de arbeidsmarkt.

Ondanks dat bedrijven niet vrezen voor het uitstromen van werknemers, bereiden zij zich wel goed voor. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat bijna driekwart van de organisaties de talenten van hun werknemers in kaart wil brengen gezien de ‘War for talent’. 20 procent van de bedrijven heeft dit al gerealiseerd. Ook het aantrekken van nieuw talent staat hoog op de agenda van de werkgevers; ruim tweederde is hier mee bezig.

Else Slegers, algemeen directeur van ISBW: “De resultaten van onze online enquête zijn opvallend te noemen. Organisaties hebben het vertrouwen dat werknemers blijven. De werknemer lijkt zich niet of nauwelijks bewust van zijn sterke positie op de arbeidsmarkt. Slechts een klein aantal wil van de ‘War for talent’ profiteren. Toch zal de strijd om het talent los barsten en zullen bedrijven dit gevecht  vroeg of laat aangaan. Focus op talenten is het credo, zowel voor werkgevers als werknemers. Werknemers zouden hun talent veel beter kunnen benutten en hierin investeren om hun positie nog sterker te maken. Bijvoorbeeld middels een EVC-traject. Bovendien zouden werkgevers overzicht moeten hebben van het talent in hun organisatie, om te weten welke talenten ze missen en nodig hebben voor ze zich in de strijd kunnen mengen.”